Kun je kinderen vertrouwen

Print Friendly

Kun je kinderen vertrouwen. Wanneer kunnen kinderen op zichzelf vertrouwen. Waar ga jij als ouder bij het opvoeden vanuit. Ga jij uit van vertrouwen of van wantrouwen. En wat zegt dat over jou en jouw stijl van opvoeden. Betekenisvol opvoeden gaat graag uit van vertrouwen in je kind. Lees het onderstaande voorbeeld en geef aan of jij dit ook zou durven.

Wat is jouw vertrekpunt vertrouwen of wantrouwen.

Je kunt je opvoeding op twee manieren bekijken en dan met name als dingen anders gaan dan gewenst. Je kunt de negatieve of de positieve insteek kiezen. Stel er gebeurt iets in huis ga je dan meteen van het negatieve uit. Ga je meteen één van je kinderen de schuld geven, begin je meteen met een verwijt te roepen zoals het is toch ook altijd hetzelfde blablabla. Of ga je als er iets gebeurd uit van het goede van je kinderen. Je gaat naar ze toe en vraagt ze wat er gebeurd is. Als jouw opvoeding veilig en vertrouwd genoeg voelt voor je kinderen dan zullen ze de waarheid spreken. Ongeacht of ze het gedaan hebben of niet, omdat ze weten dat ze jou kunnen vertrouwen, omdat ze weten dat jij niet onredelijk boos gaat worden of meteen gaat dreigen of straffen. Oftewel als jij je kind vertrouwd dan vertrouwen ze jou en ook in deze volgorde.

Ja maar dat kan toch echt niet waar zijn, ik vertrouw je niet.

Je kunt een kind niet meer pijn doen dan te zeggen ik vertrouw je niet. Helemaal als ze zelfs ook nog de waarheid spreken. Het kan voor je kind zelfs voelen alsof ze er niet mogen zijn, dat jij ziet niet ziet of erkent. Als jij ze niet vertrouwt hoe kunnen ze dan leren op zichzelf te vertrouwen. Vertrouwen blijft een lastig ding, hoe leer je een kind wat vertrouwen en betrouwbaar is. Helemaal als er zaken gebeuren die zo ongeloofwaardig zijn dat ze volgens jou niet waar kunnen zijn. En als je kind dan toch blijft aangeven dat het echt zo iets wat zeg of doe jij dan.

Vertrouwen laat je groeien.

Vertrouwen is een lastig concept het kost tijd en moeite om vertrouwen te laten groeien. Het gaat om wat je zegt maar misschien nog wel meer om wat je doet. Wat voor voorbeeld geef je als ouder, ben jij eerlijk, betrouwbaar en rechtvaardig. Dan groeit vertrouwen bijna als vanzelf, je kinderen nemen het van zelf over. Het is bij jonge kinderen nog een hele uitdaging om eerlijk te zijn en ze te laten ervaren dat vertrouwen hand in hand samengaat met verantwoordelijkheid. Als je geloofwaardig wilt overkomen, als je wilt dat mensen je vertrouwen dan zal je met het gegeven vertrouwen ook goed en verantwoordelijk moeten omgaan. Wat heel goed werkt als het gaat om waarden en deugden in de opvoeding is het gebruik van sprookjes en verhalen en zo ook bij het begrip vertrouwen. Er is een mooi verhaal over ‘De jongen die wolven roept’ google daar maar eens op. Door dit regelmatig te vertellen gaan kinderen beter begrijpen waar het over gaat bij vertrouwen en de verantwoordelijkheid die daarbij komt kijken.

Durf jij je kind te vertrouwen.

Het volgende vind ik een schoolvoorbeeld van vertrouwen in je kind hebben. Een hoogsensitief meisje had op school vaak moeite met alle prikkels die op haar afkwamen. Soms was het al klaar in de ochtend, soms hielt ze het vol tot aan het einde van de dag. Er was gezocht naar oplossing om de prikkels te verminderen, door een kastje op haar tafel, een koptelefoon even ‘chillen’, niets werkte. Er waren gewoon dagen of situaties dat ze het niet meer trok. Maar ja doordat ze moest blijven tot ze opgehaald werd, was er minder en minder zin om naar school te gaan. Tot de dag dat ze niet meer naar school wilde omdat ze ziek was, dan had ze buikpijn, dan had ze pijn in haar enkels etc. Je zou aan een kip en ei situatie kunnen denken wat was er eerder. Als je niet naar school gaat dan voorkom je natuurlijk dat er een situatie kan ontstaan waardoor je het ‘niet meer trekt’ op school. Het kon zo niet langer en er moet naar een oplossing gezocht worden. School zag ook dat het soms te veel was en het meisje kon nog niet echt goed aangeven wat ze voelde. Ze voelde iets in haar lichaam en noemde het vaak buikpijn. Na wat bezoeken aan de huisarts bleek er niets aan de hand te zijn. Je zou het dus af kunnen doen als een smoesje ze had tenslotte geen buikpijn.

Controle over je leven is belangrijk ongeacht hoe oud je bent.

En dit geldt dus ook voor kinderen. Wat zou jij doen als ouder als je ergens bent waar jij je niet prettig voelt, of waar het even te veel voor je is. Inderdaad ook kijken of jij uit de situatie kunt stappen of iets proberen te veranderen aan de situatie waardoor het voor jou beter of gemakkelijker wordt. Waarom zou dit dan bij kinderen anders zijn, als ze zeggen dat het niet fijn is geloof ze dan en denk niet dat ze gewoon niet graag op school willen zijn. In dit geval wilde het meisje juist heel graag leren, leren schrijven, leren lezen, leren rekenen. De ouders zijn in gesprek gegaan met de leerkracht en vonden veel gehoor dat leerkracht dacht graag met ze de ouders mee. Na een paar gesprekken hadden ze het idee dat het meer om de controle over de situatie ging dan over de prikkels. Ze hadden de aanname gedaan dat als het meisje zelf kon bepalen wanneer het echt te veel was dat ze dan gemakkelijker met de prikkels om kon gaan. En dat ze zou worden opgehaald als ze het niet meer trok.
Ik heb dit verhaal al met veel ouders gedeeld en de helft van de ouders heeft als eerste reactie. Maar dat gaat toch niet werken, als je een kind de vrijheid geeft om eerder opgehaald te worden dan kiest elk kind daar toch voor. Die zijn liever thuis dan op school. Ik zeg niet dat het niet of wel waar is. Het gaat mij meer om je manier van denken, gaat je dan uit van vertrouwen of wantrouwen.

Bij vertrouwen hoort ook verantwoordelijkheid.

Het plan was gedeeld met het meisje en gevraagd of dit haar zou kunnen helpen. Ze was er erg content mee. Ze zou zelf kaartjes maken, een kaartje om aan te geven dat ze naar huis mag als ze zich niet lekker voelt met daarop de telefoonnummers van haar ouders en 2 kaartjes die aangeven hoe ze zich voelt in de vorm een blije smiley of een verdrietige smiley. Tijdens het maakproces werkt nogmaals het ‘sprookje’ van de jongen die de wolven roept verteld en uitgelegd dat ze haar vertrouwde als ze aangaf dat het echt niet meer ging en dat ze alles had geprobeerd om te ‘ontprikkelen’.
En toen gebeurde er iets moois het meisje stelde zelf voor om een derde smiley te maken met een rechte mond. Die ze dan kon laten zien als ze zich niet zo lekker voelde en samen met de leerkracht wilde kijken wat ze kon doen om de schooldag toch af te maken. Als een tussenoplossing zodat ze niet meteen hoefde te zeggen dat ze naar huis wilde omdat ze zich niet lekker voelde.
Volgens mij begrijp je dan waar het omgaat. Ja je mag naar huis als je het niet meer trekt. We vertrouwen erop dat jij de waarheid spreekt en geven je de verantwoordelijkheid om erna te handelen.

Het resultaat was meer controle, minder vaak eerder naar huis.

Wat gebeurde er, ouders die vanuit wantrouwen starten zouden denken dat ze vaker eerder naar huis wilde. Ze was dan tenslotte vrij en hoefde dan minder lang naar school. Het tegendeel gebeurde, ze voelde zich gezien, haar onbestemde gevoel in haar lichaam werd serieus genomen en ze had veel meer invloed op de situatie. Voor de leerkrachten was het ook fijn. Als ze door de klas liepen konden ze af en toe kijken hoe het met haar ging. Ze had de gevoelssmiley op de hoek van haar tafel liggen. En als deze van happy naar neutraal ging konden ze veel sneller ingrijpen en kijken of ze de situatie konden ombuigen.
Ik ben benieuwd welke mooie verhalen jij hebt als het gaat over je kind vertrouwen, deel ze hieronder zodat andere ouders er ook van kunnen leren.